Cohousing en zo...

Ruth Soenen over Cohousing

Affiche van de tentoonstelling

Stadsantropologe Ruth Soenen kreeg vanuit Architectuurwijzer de vraag om de verschillende cohousing-projecten te onderzoeken die aan bod komen in de tentoonstelling ‘Housing Apart Together‘.

Ruth Soenen bezocht alle projecten die op de tentoonstelling aan bod komen en sprak er met bewoners en architecten.  Vervolgens ging ze die gesprekken vergelijken en analyseren en kwam daarbij tot een aantal opvallende inzichten.

Hippies of Happies?

Bewoners van cohousing-projecten benadrukken graag dat cohousing geen commune is, maar voor buitenstaanders blijft de nadruk liggen op het gemeenschappelijke.
Ruth Soenen merkte tijdens haar bezoeken echter op, dat  naast de klemtoon op het collectieve, er in het denken en spreken over samenhuizen gerust meer aandacht mag zijn voor de nieuwe en fijnmazige aspecten van privacy die binnen cohousing ontstaan.

De wens van veel mensen die aan cohousing denken, dat ze binnen het project niet zozeer ‘beste vrienden’ maar wel ‘goede buren’ worden, blijkt vanuit het onderzoek zeer realistisch.

Hoe groot is de diversiteit?

In veel cohousing-projecten wordt de diversiteit van de bewoners benadrukt.  Toch vindt Ruth Soenen dat hier nog heel wat stappen gezet kunnen worden.
Inderdaad leven er verschillende generaties in één project, worden verschillende opvoedingsstijlen gehanteerd en zijn de huishoudens anders samengesteld, maar volgens Ruth Soenen gaat het om verschillen binnen een groep van mensen uit dezelfde socio-economische categorie, en met dezelfde etnisch-culturele herkomst.

Een dorp in de stad

Het gemeenschapsgevoel binnen de projecten, omschreven als dorpsgevoel, wordt als aangenaam ervaren maar heeft neveneffecten.
Hoewel het gevoel van connectie binnen het project zeer groot is, loert het gevaar om de hoek dat de groep op zichzelf terugplooit, en de verbinding met de buurt verliest, waarschuwt Soenen.

Conclusie

Ruth Soenen besluit haar studie met een aanbeveling én met een positieve noot:

Cohousen is vaak een ecologisch verantwoorde woonvorm. Wil het ook sociaal duurzaam zijn, breder acceptabel en toegankelijk heeft het nood aan vertakkingen met liefst een aantal minder compatibele anderen, binnenshuis én buitenshuis.

Dat er ook mensen cohousen die niet teveel willen delen en zichzelf omschrijven als “asociaal” vormt een bijzondere indicator dat het er goed en ‘lang zullen ze leven’ is.

De tentoonstelling ‘Housing Apart Together‘ verhuisde recent van C-Mine in Genk naar STAM in Gent, en loopt nog tot 3 mei 2020.
Het volledige verslag van Ruth Soenen lees je op de site van Architectuurwijzer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.